|
Pagina 2 van 2
Weven aan Samenleven
Door Gerard Jager
17 maart 2005
Een van de grotere projecten van de Verandering in 2004 was 'Weven aan Samenleven'. Het project is een opdracht van het Landelijk Centrum Opbouwwerk Het idee achter dit project is dat het wenselijk is als mensen initiatieven nemen om hun leefomgeving te verbeteren. Bij leefomgeving kan je denken aan initiatieven in de buurt waarin mensen wonen, bijvoorbeeld de aanleg van een trapveldje. Je kan ook denken aan mogelijkheden zoeken om aan betaald werk te komen, bijvoorbeeld via een Moedercentrum waar moeders hun kinderen kunnen brengen en cursussen kunnen volgen.
Als mensen een dergelijk initiatief nemen is dat niet alleen mooi omdat er dan ergens een trapveldje is of dat ergens iemand met een computer heeft leren werken, maar ook omdat mensen omgaan met anderen om dat voor elkaar te krijgen. Dat kunnen anderen zijn binnen het initiatief maar ook daarbuiten. Door het initiatief ontstaan zo nieuwe verbanden tussen mensen. Dit is wat we bedoelen met Weven aan Samenleven.
Er is momenteel politiek het een en ander te doen over burgerinitiatieven. Een vorm van burgerinitiatief is bijvoorbeeld dat burgers de mogelijkheid hebben om eigen voorstellen of onderwerpen op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen. Dit sluit aan op de discussie hoe je burgers meer inspraak kan geven in het lokale bestuur. De achtergrond is dat de overheid het in haar eentje niet voor elkaar krijgt om zaken als leefbaarheid en veiligheid te garanderen. Daar is hulp bij nodig. Het enthousiasme over marktwerking is deels geluwd, het nieuwe toverwoord is burgerinitiatief.
Dit is een andere vorm van burgerinitiatief dan De Verandering voor ogen heeft. Om het verschil duidelijk te maken zijn de begrippen is het handig onderscheid te maken tussen verticale en horizontale burgerinitiatieven. Een verticaal burgerinitiatief probeert contact tot stand te brengen tussen instanties als het gemeentebestuur, de woningcorporatie of een welzijnsinstelling (hoog) en burgers (laag). Het kan natuurlijk ook andersom, maar meestal probeert een hogere laag hierbij burgers door middel van een initiatief aan zich te binden. Burgers mogen een initiatief indienen bij de gemeenteraad die er dan verder over gaat praten. Burgers mogen inspraak hebben bij nieuwe plannen van de woningcorporatie. De welzijnsinstelling zet samen met bewoners een buurtinitiatief op.
Het nadeel van deze constructie is dat de macht erg scheef verdeeld is. Het leidt er toe dat burgers wel betrokken worden bij het beleid van de instantie maar dat ze verder geen daadwerkelijke invloed hebben op het te nemen initiatief. Ze worden geen eigenaar van het initiatief. Het proces waarbij een instantie eigenaar wordt of blijft van een burgerinitiatief heet onteigening.
Overigens is deze onteigening niet een kwestie van kwaadaardige machtswellust van instanties. Instanties worden bijvoorbeeld afgerekend op het aantal initiatieven wat ze ondersteunen. Dat werkt in de hand dat ze proberen zoveel mogelijk initiatieven onder hun hoede te nemen zonder dat het in hun voordeel is dat de initiatieven daadwerkelijk tot iets leiden. Vanuit beheersoogpunt is het handiger om initiatieven onder controle te houden dan mensen hun eigen gang te laten gaan. Initiatieven die vanuit instellingen opgezet worden, zijn afhankelijk van beperkte budgetten van die instelling. Voor andere initiatieven bijft dan geen geld over, dit vergroot de afhankelijkheid van de instellling.
Bij Weven aan Samenleven denken we dat het wenselijk is als burgers juist de horizontale burgerinitiatieven ontplooien. Die leiden immers tot nieuwe contacten tussen burgers onderling en daarmee tot nieuwe sociale verbanden. De verbanden komen weer ten goede aan bijvoorbeeld leefbaarheid en veiligheid. De burgerinitiatieven doen er verstandig aan om te proberen een vorm van zelfstandigheid te bereiken omdat anders onteigening dreigt. Dat betekent niet dat de initiatieven zelfstandige bedrijven moeten worden, maar wel dat ze in financieel, juridisch, organisatorisch of bestuurlijk opzicht streven naar een vorm van zelfstandigheid.
In 2006 wordt de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) van kracht. Deze wet vervangt de huidige Welzijnswet. In de WMO worden gemeenten verplicht om op een aantal terreinen burgers te ondersteunen in hun maatschappelijke initiatieven. Zo moeten de ondersteuning, informatie en advies voor sociale initiatieven per gemeente duidelijk geregeld zijn plus de ondersteuning van vrijwilligers. In de tekst van de conceptwet wordt het belang van kleinschalige sociale verbanden onderstreept. Men spreekt daarbij over het grote belang van horizontale verbanden. Weven aan Samenleven is daarmee een erg actueel project geworden.
In het kader van het traject Weven aan Samenleven hebben we het opbouwwerk ondersteund om een 25-tal burgerinitiatieven richting meer zelfstandigheid te begeleiden. Het streven was steeds om de deelnemers zeggenschap te geven over hun eigen organisatie. Zodat iedereen binnen de organisatie zijn eigen verantwoordelijkheid kan nemen, bij kan leren, zich binnen de organisatie kan ontwikkelen. Dan zal de betrokkenheid groter zijn. Zo is de organisatie ook niet afhankelijk van een enkeling, maar wordt ze breed gedragen. Natuurlijk zal niet iedereen zich evenveel voor het sociale initiatief inzetten, wil niet iedereen dezelfde verantwoordelijkheid dragen. Maar uitgangspunt is dat iedereen die meedoet op de een of andere manier ook mede-eigenaar van het initiatief is; zich in bepaalde mate ook mede verantwoordelijk voor het initiatief voelt.
De resultaten waren sterk uiteenlopend. In een aantal gevallen is een initiatief geheel zelfstandig geworden. In een aantal andere gevallen is er van het initiatief niets meer over nu de begeleiding gestopt is. Meer informatie over de initiatieven kan je vinden op de website www.wevenaansamenleven.nl.
In de praktijk blijkt het vaak moeilijk om een duurzaam, zelfstandig sociaal initiatief te vormen. Daarom hebben we een gereedschapsset gevormd om initiatieven te helpen om tot zelfstandigheid te komen. De gereedschapsset bevat allerlei praktische handreikingen en talloze tips op het gebied van financiën, organisatievorming, communicatie, netwerken, sociale kracht en besturen. De toolkit is ook interessant voor mensen die zich hiervoor interesseren. De toolkit is te vinden op de bovengenoemde website.
Het traject Weven aan Samenleven is afgesloten met een conferentie waarop de heer Wijffels, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER) en beoogd opvolger van Balkenende lovende woorden sprak over de ideeën die er ten grondslag aan liggen. De toolkit zal worden uitgereikt aan de gemeenten waarmee het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in gesprek is over de implementatie van de WMO. We zullen de toespraak van de heer Wijffels te zijner tijd aan de site toevoegen.
|